Member details
 Show in normal design
Favorite blogs
Links
 
2 Aug, 21:00
Ze hebben wel wat op hun geweten, die vrouwen. Neem nu mevrouw Hovius. Keek me gewoon een keer aan en het was gebeurd. Nu zit ik de rest van mijn leven zoete liefdesliedjes te componeren.
JoPie, het bij ons op zolder wereldberoemde duo waarvan ik deel mag uitmaken, heeft er zojuist weer eentje opgenomen. We zijn er best trots op omdat we er weer iets beter in geslaagd zijn terug te keren tot de basis: het geluid van een bandje dat een liefdesliedje speelt.

Hoor maar: Just A Girl
En vertel maar.

Misschien reageer ik wat later dan gebruikelijk. Het is bijna arriverderci-tijd!
28 Jul, 08:54
no name

Tot mijn grote vreugde is op het Volkskrantblog de gekke koeienziekte uitgebroken. Kunstkoeien worden er verzameld en terecht! Prachtig is immers die zachte blik bij die onbeholpen levenswandel!
Ik was te laat om nog mee te dingen, maar wat een mooie gelegenheid om het werd van de Goede Gert eens aan te prijzen!

Wens ik u een smakelijke vootzetting van deze mooie dag!
19 Jul, 09:56
no name

De mooiste reizen maak je in je hoofd. Sluit je ogen maar en zeg tegen jezelf: “Egypte”. Ik weet met absolute zekerheid dat mijn stemgeluid nu al wordt verdrongen door het scherpe neusje van Cleopatra, de romige zonsondergang boven Gizeh, de idylle van de Nijl. Ik zie je schouders langzaam dalen naar een protestloos rusten. Je mondhoeken daarentegen, ach, die geweldige mondhoeken van je. Ze verlichten de kamer alsof je ogen nog open zijn.

Natuurlijk ga ik met je mee. Ik ga altijd met je mee. Naar Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland. Naar de hele top tien van de ANWB als je dat zou willen. Praag? Maar natuurlijk, ook naar Praag. Waarom niet? De Karelsburcht in de zomer lijkt me een aangenamer oord, dan diezelfde plek tijdens ons verkouden decemberreisje van jaren her.

Lief, ik ga met je mee. Heus. Ik zei dit alleen maar omdat je er naar vroeg. Als ik het zou moeten zeggen gooiden we de deur op slot om die alleen nog maar te openen voor knipmessende leveranciers van betekenisvolle fouragering. En dan meteen weer op slot om de volheid van geest niet te laten uitblussen onder een barrage van zonovergoten indrukken. Maar zo zal ik het niet doen, ik ken je behoefte aan frisse lucht en wil je alle dagen in bloei zien

Zie het als een vrijheid van keuze die anderen niet hebben. Welke vakantiebestemming je ook kiest, je hebt mijn onvoorwaardelijke steun. Kom daar nog eens om in deze tijd van onmiddelijke, echtbrekende behoeftenbevrediging. Waar is de inschikkelijkheid die maatschappijen redt? Bijbels ben ik niet, maar de diepste waarheid gaat toch schuil in de schenking van gulle gaven, diep gevoeld en gemist zodra de ander het kostbare aanvaard. Even voel je de pijn van het afstaan, maar dan zie je de blije ontvanger en ken je het gevoel van de schepper. Hoe kort het ook duurt.

Ik schenk je mijn geest, mijn trouwe volgzaamheid, en beloof dat ik daadwerkelijk zal genieten van de ontmoetingen die we zullen hebben. Want de reis eenmaal voltooid, weet ik dat ik zal acclimatiseren in een ontzagwekkend tempo. “Nooit meer terug”, ligt me jaarlijks op de lippen bestorven. Dat nare, koude kloteland met die ongeïnteresseerde moneymakers. Grauwe, fantasieloze klagers in een land dat de technologische perfectie heeft bereikt. Waar het vermaak met karrenvrachten tegelijk in je gezicht wordt gesmeten. Het lawaai van de amuseurs overstemt de simpele zaken die het leven ten gronde verbeteren. De openmondige ademhaling van een lezend kind. Het raspende geluid van een broodmes in zijn strijd met ambachtelijke korsten.

Je hebt gelijk. Ik draaf door. Zo ben ik. Zo heb je me lief en zo zal ik je volgen. Jubelend en larmoyant. Schrijvend, declamerend. Maar altijd de jouwe. Ik kus de grond waar je voeten zich zetten. Waar ook ter wereld.
no name

Het leven imiteert de kunst. Zo schreef ik een verhaal over een stationsomroeper. Vanuit de zucht iets te begrijpen, dat zich aan mijn waarneming onttrok. En het verhaal trok de aandacht van een stationsomroepster.
Ze heet Bernadet en ze stemde erin toe nader contact te hebben. We raakten in een e-mail gesprek verwikkeld. Een vreemde keuze eigenlijk, want hoe doorgrond je een omroepster wanneer je haar instrument niet kunt horen. Dat bleek eenvoudig, Bernadet heeft een schrijversstem. En het werd een echt gesprek. Mijn vragen vormden maar een samenraapsel van oppervlak en diepgang, zeuren en respectvol terugtreden. Ze bleken voor haar niet meer dan een aanleiding om eens te vertellen waar het nu echt om ging.

"Vraag me toch iets af. Door de feiten en mijn uitleg haal ik misschien wel veel van de 'magie' van het werk weg. Dat is nou net wat ik zo mooi vond in "Passage". De bijna afgesloten wereld die je geschapen had. Een beetje eenzame, melancholieke en machteloze man. Zo heb ik het gevoeld. En eigenlijk vind ik dat veel mooier dan de realiteit. Fictie moet fictie blijven. Zoiets. In hoeverre is het dan belangrijk dat alles tot op de laatste letter klopt? De droom is ook in dit geval zoveel mooier dan de waarheid."

Hier raakt Bernadet de kern. Ik schreef "Passage" op basis van een treinopstopping in Roosendaal die ik als passagier, willoos wezen in een uitdijende kudde, onderging. Het verhaal dat vervolgens ontstond, is een hermetische wereld geworden die ook voor mij onaantastbaar is. Ik mag er niet meer aan sleutelen, zelfs als blijkt dat het in het echt misschien anders zit. Daar gaat het immers niet om.
Maar mijn nieuwsgierigheid bleef. Want wat doet iemand besluiten om een miljoenenpubliek de les te lezen, reizigersstromen te leiden of ongewild te misleiden?

"Jaren geleden stopte ik na 4 jaar met mijn studie. Omdat ik me niet direct in een andere studie wilde storten en er eerst over na wilde denken wat ik nu echt wilde worden als ik groot was, werd ik omroepster. Via de oom van een vriendin die als perronopzichter bij het spoor werkte, vernam ik dat ze een omroepster zochten voor Amsterdam CS. Met mijn talenachtergrond kwam ik gemakkelijk binnen. Voor een deel was het spannend, want het was niet een heel alledaagse baan. En voor een deel was het praktisch, want ik woonde bijna om de hoek. En het verdiende goed, zeker na de studiebeurs."

In je reactie op "Passage" schreef je: "De eerste keer voelde inderdaad als een uitvoering". Wat waren de recensies van dat eerste optreden?

"Dat kan ik me niet meer zo goed herinneren. Ik herinner me wel dat mijn stem bibberde en dat het zweet in mijn handen stond. Het idee dat iedereen je kon horen. En natuurlijk gingen er ook wel eens dingen fout. Riep je om dat er een trein op spoor 9 binnenkwam, bleek deze naar 11 te gaan. Konden al die mensen met koffers en rollators weer terug....
Maar daar zagen we nooit iets van, want waar wij zaten konden we niet op de perrons kijken. Wel kregen we bericht van de perronopzichter als een omroepbericht niet duidelijk was overgekomen. Zij waren in feite onze ogen en oren. Dat is later veranderd toen men camera's ging installeren. Dan zag je welk effect je bericht had en kon je ook zien wanneer de boodschap niet bij iedereen was aangekomen. De vertwijfelde blikken van die mensen die het bericht gemist hadden, maar wel zagen dat anderen gehaast het perron verlieten. Nog een keer omroepen dan maar."


En ze vertelt verder. Over de jonge vrouw, bijna twintig jaar geleden, in een zaal vol mannelijke collega's die naar tableau's, lampjes, treinnummers en dienstregelingen staarden. Voorafgaand aan dat eerste optreden zat de jonge vrouw zwijgend naast haar mentor tot ze het systeem ontdekte. Drie cijfers, oneven, een sneltrein vanuit Amsterdam naar Maastricht. Op de terugreis kreeg de trein een even nummer. Lampjes werden knooppunten. Geen berichten voorlezen dus, maar zelf begrijpen wat er aan de hand was en daar een begrijpelijke bericht, passende informatie van maken.

"Wat ik dacht toen ik daar binnen kwam? Dit ga ik nooit leren!! Achteraf viel het erg mee en kon ik na de eerste week alles redelijk volgen. En dan in het diepe springen maar. In het begin werd alles door hem uitgeschreven en dat las ik dan op. Als je een fout gemaakt had, kon je wel door de grond zakken. Later werd dat minder, ook doordat de routine toenam."

Je vertelde over je talenachtergrond en het werk als omroepster als pauzemoment in het plannen van je toekomst. Hoe zag die toekomst er aanvankelijk uit?

"Ik kom uit het benauwde Brabantse land, net buiten Eindhoven. Ik wilde daar al weg zolang ik me kan herinneren. Volgens mij riep ik al toen ik vier jaar oud was, dat ik later in de grote stad ging wonen. In eerste instantie ging ik naar de HAVO. Ik had geen idee wat ik later wilde worden. Mijn hartsvriendin ging naar de sociale academie, ik ben toen maar meegegaan. Dat heb ik een jaar volgehouden. Ik werd gek van de druk om je aan de groep te conformeren! Het was daar "een dag niet gehuild, is een dag niet geleefd".
Eigenlijk wilde ik daarna de academie voor expressie door woord en gebaar gaan doen, maar dat accepteerde mijn vader niet. Ik moest gaan leren voor een echte baan! Omdat ik altijd al goed was in talen, werd het de lerarenopleiding Engels en Frans.
Ik heb daar bijna alles gehaald, op een cursus samenvatten, de scriptie en een verblijf in het buitenland na. Waarom ik toen stopte? Ik zag mezelf niet voor de klas. Pubers die alles liever willen dan naar school. De helft van de tijd stond je als politieagent voor de klas. Orde, orde, orde!!"


Dus je had eerst wel een duidelijk ideaalbeeld van de toekomst, dramatische expressie. Is daar later nog iets van gekomen?

"Vroeger zong ik eigenlijk altijd, dat kon ik wel goed. Ook op de kleuterschool, terwijl we niet mochten praten werd me nooit verboden te zingen. Dat hoorde ik later van mijn moeder. Ik zong ook solo in de kerk. Helaas was er thuis geen geld voor pianoles. Zingen en muziek was mijn lust en leven. Heb altijd gedacht dat ik daar iets mee zou doen. En dat was misschien ook wel gebeurd als ik naar die academie voor expressie was gegaan. Ik ben nog steeds muzikaal, maar te streng voor mezelf. En er is ook het besef dat als ik echt iets had willen bereiken ik daar op jonge leeftijd mee had moeten beginnen. Dat zit me wel in de weg. Die strengheid en het perfectionisme. Alsof je niet iets zou kunnen doen voor je plezier. Maar het was mijn passie, dat is toch iets anders dan iets wat je 'gewoon leuk' vindt. Ik kan voor mijn plezier lezen, fietsen, dansen, wat al niet meer, maar dat kan ik vreemd genoeg niet met muziek.
Ik had daarin willen uitblinken. Voor mezelf. Te laat.
Mijn buurvrouw kan práchtig piano spelen. Alsof ze 10 handen heeft. Haar watervallen sijpelen af en toe door mijn slaapkamermuur. Soms maakt ze me op zondagochtend wakker met haar muziek en dan ben ik volstrekt gelukkig. Wilde eigenlijk altijd een man die dat ook kon. Piano spelen. En stelde me dan voor dat ik onder de piano lag te luisteren. Urenlang.
Die man heb ik nog niet gevonden."


De stem van Bernadet hoor ik niet, net zo min als ik haar gezicht kan zien. En toch zie ik krachtige trekken, geen teleurstelling. Ik hoor vastbeslotenheid. Ze werkt inmiddels in het management van een andere publieke dienstverlener. En tussen neus en lippen door beschrijft ze me een leven als "hotelmanager, geldschieter en taxichauffeur" voor twee tieners. Ze staat er alleen voor. Maar het gaat allemaal goed komen. Komende zondag ontmoet ze de man die haar vijfentwintig jaar geleden bedroog met een buurvrouw. Ze heeft hem nog wat te vragen. En ze gaat, zo verzekert ze mij, ook een heleboel antwoorden krijgen. Daar twijfel ik niet aan.

(Met dank aan Bernadet, willig maar eigenwijs participante in dit interview)
6 Jul, 09:11
no name

Vorige week plaatste ik mijn verhaal "Passage". En wat ik niet eerder zo direct meemaakte, gebeurde nu: op mijn Volkskrantblog kwam een reactie van iemand die de hoofdpersoon had kunnen zijn. Een heuse stationsomroepster!

Lees maar:

"Bernadet (ip: (...)) / 05-07-2008 12:09

Prachtig sfeervol verhaal.

Jaren geleden stopte ik na 4 jaar met mijn studie.

Omdat ik me niet direct in een andere studie wilde storten en er eerst over na wilde denken wat ik nu echt wilde worden als ik groot werd, werd ik omroepster bij "het spoor", In Utrecht.

Treinseries en teksten uit mijn hoofd leren, en de lampjes van het tableau leren interpreteren. Dat het allemaal heel intensief was bleek toen ik 's nachts in mijn slaap hardop ging omroepen: de intercitytrein naar Amsterdam...." en toen, om het helemaal af te maken: "herhaling, de intercitytrein... etc."

De eerste keer voelde inderdaad als een uitvoering.

Groet,

Bernadet"



Bernadet schrijft niet wat ze nu doet en hoe lang ze het zware, droomopwekkende werk heeft gedaan. Ook laat ze slechts tussen neus en lippen door merken, dat de door mij gefantaseerde werkplek niet overeenkomt met de werkelijkheid. Geen computer met e-mails, maar lampjes die om interpretatie vragen.

Ik moet het toegeven, ik barst van nieuwsgierigheid! Bernadet is - zover ik kan zien - geen blogger met een account op het VK-blog of hier op Hyves, zodat ik mijn vragen vermoedelijk nooit meer kwijt kan.

En toch.
Just in case.
Even dit.

Bernadet! Als je dit leest! Doe een mailje! Wees gerust, dit is geen advertentie a la "Trein van di. 12-2-06. Jij groene trui met bijpassende ogen, ik treursnor en volkskrant". Mevrouw Hovius giechelt bij het idee. Nee, je hebt een verhaal, bent een verhaal! Vertel! Alsjeblieft.
29 Jun, 13:42
no name

“Dames en heren!”, gloedvol probeerde de annonceur zijn warmste stem uit. Na twee dagen zwijgen achter een lamswollen sjaal en stromen thee met honing, droop zijn stem als vanouds naar buiten. Een laatste randje rauwigheid zou zo meteen zijn verdwenen, het zwijgen kent nu eenmaal een uitslaapperiode.
Zijn ogen zochten de gesoigneerde wenkbrauwen in de spiegel. Ze namen een licht gebogen houding aan.
“Dames en heren! De internationale...”
Een lichte huivering maakte zich van hem meester. Hij beheerste nog steeds de Franse intonatie, die “natio” smeuïg doet overlopen in “nale”. Even gloeide het warme licht van het leslokaal op in zijn ogen. Weer voelde hij een lichte streling in zijn nek, de beloning van de ravissante lerares voor zijn perfecte dictie.

Op weg naar de uitvoering besefte hij dat het bijzonder zou worden. De bewegingen van zijn benen, zijn handen brachten de atmosfeer in een nieuw ritme, het verlichtte zijn gemoed. Met iedere stap nam zijn veerkracht toe. Vandaag zou het groots zijn.

Zorgvuldig bracht hij zijn ideale spreekpositie tot stand. Voor hem verscheen de eerste tekst in beeld. Nog even de hand op de kuch-knop en daar stroomden zijn woorden al over de lippen, randen van een rijkgevuld spreekorgaan.
“Dames en heren! De internationale trein van zeven uur achtenveertig naar Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, Schiphol en Amsterdam Centraal Station, vertrekt vandaag vanaf spoor 1A. Mes dames et Messieurs! Le train international ...”
Zijn borst resoneerde met de iets zwaardere intonatie die hij graag aan de Franse vertaling meegaf. Het Duits en het Engels deed hij meestal op lichtere toon. Het Engels uiteraard in verband met de onderliggende volksaard, het Duits vanuit een licht afgrijzen.

De grauwheid van het spreekhokje deerde hem niet. Het grote raam liet de roze en oranje tinten van de ochtendzon ruimhartig toe, het sleetse interieur verwarmend tot een levend organisme. De bovenverdieping van het oude stationsgebouw in Roosendaal kende verder geen inwoners. De kantoren bevonden zich inmiddels allemaal op de begane grond. Zijn eenzame positie garandeerde een ongestoorde uitzending van zijn berichten. En tussendoor had hij een majestueuze uitkijk over spoorstaven en wachtende reizigers.

De ochtend verried niets van de geanticipeerde glorie. Onder hem ontrolde zich een langdurige spits met mudvolle treinen, gevuld met tweebenige agenda's die op tien minuten lopen van het station van bestemming hun eerste alarm schril lieten gillen. Stilstaan in afwachting van de trein leek voor deze wezens een obstakel dat slechts pratend in een mobiele telefoon, scrollend door een blackberry, spelend met de waslijsten in een i-pod kon worden doorgebracht. Of somber starend naar de einder, het verdwijnpunt dat maar niet leek te willen veranderen in een aanstormende trein.
Vijf jaar geleden had hij zijn bureau met de microfoon en de computer zo verschoven, dat hij ook tijdens het uitspreken van de dienstmededelingen zicht had op zijn publiek. Hij wilde zelf kunnen zien hoe zijn werk werd ontvangen. Een gouden keuze was het geweest. Zijn eerste 'Dames en Heren” vanuit deze positie had hem de adem benomen. Meteen vlogen oordopjes uit hun warme schelpen, werden telefoons weggehouden. Niemand wilde missen wat deze bekende stem hen kon melden. De ongericht geconcentreerde blikken leken gepijnigd. De kwaliteit van de omroepinstallatie deed inderdaad geen recht aan zijn stemgeluid. Teveel hoge tonen, geen warmte.
Hij was blij de tijdige aankomst van een mooie lange trein te kunnen aankondigen en de gerustgestelde reacties te zien op het perron schuin onder hem.

Op zijn scherm verscheen een vooraankondiging. Een trein was ten noorden van Lage Zwaluwe vastgelopen en versperde de doorgang, nadere berichten zouden volgen. Hij schraapte zijn keel zodra de eerste vertraging duidelijk was. Geen treinen naar het noorden of het zuiden voorlopig. Ogenblikkelijk ontstond een rimpeling in de menigte. Reizigers lieten schouders zakken, grepen naar telefoons, bestudeerden horloges.

Op het computerscherm voor hem volgden de berichten elkaar steeds sneller op, kennelijk was de paniek nu ook toegeslagen in het zenuwcentrum op de verdieping onder hem. Mededelingen werden gedaan en ingetrokken. De reizigers sprongen op in unisono zodra de speaker had gesproken, sleepten tassen en koffers van de ene zijde van het perron naar de andere, om minuten later weer terug te keren. Soms moest zelfs de overstap gemaakt naar een ondergronds bereikbaar perron. Een groteske tango van verwachting en teleurstelling. Als zwaaide hij met een dirigeerstokje, zo regisseerde hij de bewegingen van het volgestroomde station. De rillingen die de telkens massalere reactie bij hem teweeg brachten, dreigden hem teveel te worden. Er moest een breekpunt komen!
“De sneltrein vanuit Vlissingen en Goes zal binnen enkele minuten arriveren op spoor 3A.” Even hield hij zijn adem in, onder hem steeg de spanning zichtbaar. Reizigers hielden hun hoofden schuin omhoog, als stokstaartjes die de naderende dreiging probeerden te plaatsen. “Deze trein zal vandaag, Niet verder rijden. Nadere berichten volgen.”
Wanhopige handen werden opgegooid.

De omroeper leefde mee met zijn publiek. Hun ochtend zou niet glorieus zijn. Niet zo als de zijne, die zijn dramatische hoogtepunt nu had bereikt. De choreografie begon zijn glans te verliezen. Steeds meer reizigers bleven achter, niet langer bereid te rennen of te torsen zolang er geen treinen vertrokken in de door hen gewenste richting. Hij onderschatte hun ontreddering niet. Ze rekenden op een ijzeren regelmaat van spoorstaven, aankondiging en vertrek. Afspraken waren gemaakt op basis van dit patroon. Bazen, opdrachtgevers, geliefden wachtten tevergeefs. Niets erger dan te falen ondanks eigen inspanning.

De frustratie groeide met iedere trein die nieuwe schipbreukelingen aan land zette. Individuen gingen op in golfbewegingen, groepjes kregen een eigen ritme terwijl ze zich getergd bewogen door het stilstaande water van hen die meer afwachtend bleven. Ze zochten een reddingsboei en legden aan rond rode petjes van spoorwegmedewerkers, golfbrekers die in alle windrichtingen informatie verspreidden.
Hij had dit nooit begrepen, er was een berichtgever die door allen werd gehoord! Waarom dan ook nog die ongeleide uniformdragers het veld insturen? Om individuele vragen te beantwoorden, had men hem gezegd. Een misvatting! Een trein kende geen individuen, maar hooguit lotgenoten die als druppels water deel wilden uitmaken van de juiste stroom.
“Op spoor 1A is zojuist een extra trein aangekomen. Deze trein zal zo spoedig mogelijk vertrekken in de richting van Dordrecht en Rotterdam.” De volksverhuizing die nu ontstond kende zijn weerga niet. De radelozen van de perrons 3 en 4 stortten zich eensgezind in het trapgat, lemmingen op weg naar hun finale bestemming. De wedergeboorte op de trap naar perron 1 kende een dichtheid die van de groep een beest, een python maakte. Met open mond zag de omroeper hoe het beest poten kreeg die de deuropeningen vulden. Een seconde later was het perron weer helemaal leeg. Een kleurige folder werd nog even voortgezogen in de staartwind van het beest. De deuren bleven open maar niemand waagde zich buiten de wagons.

Een nieuw bericht verscheen op zijn beeld. “Dames en heren, de zojuist aangekondigde extra trein in de richting van Dordrecht en Rotterdam zal vandaag niet vertrekken. De versperring van het treinverkeer is nog niet opgeheven. Onze excuses hiervoor.”
Moest hij dit echt voorlezen? Weer een maalstroom veroorzaken? De rode petjes betraden aarzelend het perron waaraan de overvolle trein gereed stond voor vertrek. Ze spraken in portofoons en keken af en toe hoofdschuddend in zijn richting.
Op zijn scherm werd de lijst van berichten steeds langer, hij herkende de geautomatiseerde mededelingen die volgens dienstregeling aan hem werden gepresenteerd. Even aarzelde hij of hij de trein weer leeg zou laten stromen, toen leunde hij achterover. De componist had zijn solist in de steek gelaten. Wat kon hij anders, dan wachten tot de partituur was hersteld.
14 Jun, 22:00
no name
Zeer tegen mijn gewoonte in reed ik na een lange werkdag in mijn auto naar huis. Over de snelweg nog wel. De radio stond hard aan.
“... is een vrachtwagen met slachtafval omgevallen. Het verkeer kan last hebben van laagvliegende meeuwen.”

Laag vliegen of gevleugeld wandelen, dacht ik nog en knalde op een boom in de weg. Mijn blik was afgedwaald naar de elektronische letters in het dashboard. Even zien of dit echt het Radio 1 journaal was. Dat was het. En het was niet eens 1 april.
Dan stond er nu daadwerkelijk iemand te kijken naar automobilisten, die zich een weg baanden tussen platliggende glibberdarmen en rondrollende varkensoren. In zijn hand een mobiele telefoon met onzichtbare touwtjes naar huis, naar kantoor, naar hossende voetbalvrienden die het toestel toch niet zouden horen overgaan tussen de toeters en het gebrul. Hij wilde zeggen dat het later zou worden vanavond, omdat hij de auto's de weg zou wijzen. Als ze lang genoeg zouden stilstaan, zou de filemelding worden herhaald. “Rustig aan jongens, we willen toch thuiskomen met een goed verhaal!” Zijn vrouw gooide verontwaardigd de hoorn op de haak van het modische bakkelieten toestel. Zo'n slappe smoes had ze nog nooit gehoord. Maar zij luisterde dan ook niet naar de radio. Oprah eiste haar aandacht nog vijf minuten op en dan zou ze eens wat voor zichzelf gaan koken.

De boom leek midden in het asfalt te staan, maar nu ik er op af vloog zag ik dat hij feitelijk een halve meter lager stond en op misschien wel twee meter afstand. Mijn Kangoo maakte van de gelegenheid gebruik zijn hoofd te buigen en de graasliggende koeien te begroeten. Onbewogen werd het stervenssaluut van de buitenlandse vierwieler aanvaard, de grote ogen in standvastige verbazing. Een lang moment hoorde ik hoe de bumper het gras in de berm aanharkte en kortwiekte. Netjes wel, maar detonerend tussen het overige, ongeschoren gras.

De achterwielen werden nu opgetild door de grote onzichtbare reus, die in Hollywood de achtervolgingen onbetaald maar prachtig naar zijn hand zet. Precies op tijd, zodat het leek alsof de impact van de boom op de grille deze krachten had opgeroepen. De mensen vinden het telkens weer prachtig.
Mijn voorhoofd was verdrietig onder het uitblijven van de airbag. “Waarom niet even een paar honderd euro extra uitgegeven aan het veiligheidspakket”, klonk het van tussen de wenkbrauwen. Ik droeg tenminste mijn riem, zodat ik niet als een kruisraket naar verre oorden zou worden gelanceerd. “Nee, dit is lekker”, fluisterde mijn linkerschouder. Knapperig klonk het verbreken van het sleutelbeen tussen deze verbitterde woorden door. Ik probeerde mijn hoofd er bij te houden, maar dat lukte niet meer zo. Oog in oog met de glinsterende bast van de dikke beukenboom kon ik alleen nog maar aan kerstmis denken, zo kunstig werden de glassplinters in het hout opgenomen. Een schitterend toeval dat steeds dichterbij kwam.



7 Jun, 22:56
no name

Nog proef ik de eenzaamheid, die als een bruidssluier om haar schouders hing. We hadden gekust, een zinnenprikkelend stilzwijgen waarin haar neus licht mijn baardige wang beroerde, twee van haar vingers licht over mijn oor vlinderden. Ik was betoverd. De kus ten einde zoog ik zuurstof binnen als dreigde ik te stikken. Een wervelend duister in mijn ogen deed mijn evenwicht aarzelen. En zelfs toen ik mijn ogen opende, haar hand verkende, zag ik haar niet werkelijk staan. Ze had me vervuld, zo diep dat buiten mij niets leek te bestaan.

Maar haar blik was teneergeslagen. Ik vond haar vuur niet meer, zo kort na ons versmelten. Nam ze dan afscheid voor we werkelijk kennis maakten? Ik had haar mijn liefde niet kunnen verklaren, in beslag genomen door de magie van haar stem, de voorzichtige uitnodiging in haar ogen, haar bekentenis dat ze ook aan mij had gedacht in de dagen waarop ons kantoor de deuren sloot. Ze leek iets te willen zeggen toen onze lippen een zegel plaatsten dat haar nu het spreken onmogelijk maakte.

Wakker geschrokken pakte ik voorzichtig haar zachte schouders. De warmte van haar onverkende schoonheid gloeide op in mijn handpalmen. Ze rilde kort en keek me vluchtig aan. Ik keek haar aan maar raakte haar niet langer, in beslag genomen was ze.

Het afscheid bestond er simpelweg uit dat ze van me wegliep, niet omkeek. Er lag een geschrokken haast in haar snelle passen. De vogels vlogen met haar mee. Ik kon niet meer denken. Terwijl ik naar haar keek zag ik de zelfzucht van mijn eenzaamheid niet. Wie neemt me het kwalijk. Ik had de schoonste, de zachtste in mijn handen gehad. Zij had mijn onzekerheden in een enkel gebaar weggepoetst. Mijn hart ontspoorde op dat ene moment en was nog niet teruggekeerd.

We hebben elkaar niet meer gesproken, maar ik hoor haar stem na al die jaren nog. Telkens herhaalt ze dat ze best een kop koffie met me wil drinken tussen de middag. Nee, ze heeft geen vriend. Dat is al zo lang geleden, giechelt ze dan en zwijgt met een beschaamdheid die haar niet past.

Eerst meldde ze zich ziek. Als ik belde, kreeg ik een antwoordapparaat dat niet naar mij wilde luisteren. Toen nam ze ontslag. Haar collega, een jeugdvriendin, vertelde op de afdeling dat er verdriet was, al jaren. Er was een man geweest. En met die man was een onuitsprekelijke pijn gekomen. De vriendin keek me niet aan terwijl ze dit vertelde, alsof ze iets van me wist. Ik heb het haar niet gevraagd en heb de liefde van mijn leven niet meer gebeld. Hoe zou ik dat kunnen. De gedachte dat mijn aanraking haar demonen had losgelaten, overweldigt me dag na dag.

30 May, 23:03
no name

Een stuk van mijn kies koos het hazenpad. Hij brak af en belandde na een ingewikkeld kuchje in de palm van mijn rechterhand. In mijn linkerhand bevond zich een bakje pinda's van hardgebrande kwaliteit, dat om voor de hand liggende redenen niet in die hand hoorde. Maar ja, wie is zonder zonde, taalt niet naar diep gezouten zonden en aanbidt op ieder moment van de dag de heilige Sonja Bakker? Ik niet.

Eén van die zondige pinda's was van een wel uitzonderlijk prachtige hardheid en ontnam mijn kies van zijn functies. Ik wist eerst niet wat ik er mee aan moest. Gedachten aan het stijgen der jaren probeerde ik te vermijden. Het lukte echter niet me te concentreren op de vraag of ik wel voldoende had gepoetst. En mevrouw Hovius was wel lief en begrijpend, maar was dat nu een giecheltje toen ze zich van me afwendde? Ik meende iets onderdrukts te horen over de schrik en een glaasje.

De volgende ochtend belde ik voor een afspraak en kon pas vandaag terecht. Om kwart voor negen in de ochtend. Dat liet mij nog ruim twee uur na het douchen om me zorgen te maken over een opmerking van de assistente.

“Hij zal de randjes wat bijschaven, zodat u daar geen last van heeft.”

Ik zag de tanige mondmechanieker al voor me. Een indrukwekkende voorschoot en in zijn gespierde, zwetende handen een enorme roestige bijl, waarmee je normaal gesproken een boomstam manieren bij zou brengen.

“En dan maken we vervolgens een afspraak voor de herstelwerkzaamheden.”

Achter de smoelensmid verscheen een team bodybuilders aan mijn geestesoog. Veiligheidshelmen en een passend roodwit lint om belangstellenden op afstand te houden. Hoorde ik daar het ronken van een stoomwals? Bibberend van het doorleefde leed kroop ik op mijn fiets om vervolgens tien eenzame minuten in de doodstille wachtkamer door te brengen.

De vriendelijkste assistente uit de geschiedenis van de dentale zorg verscheen als uit het niets en lokte mij de spreekkamer in. De verleidster straalde een onbezorgdheid uit die misschien nog zou passen bij des tandarts aartsvijand Jamin, maar ze wist dat ik geen partij was voor haar. Ik zou haar desnoods gesmeekt hebben mij gevankelijk af te voeren, als ik maar van het monster in mijn mond zou worden verlost.

Bij de volautomatische stoel stond, handenwrijvend als altijd mijn ondermaatse heelmeester. De enige reden dat hij geen krukje nodig had om mijn machtige kaken te maltraiteren, was de aanschaf van de nog dieper afstelbare “Chairmaster 3015”. Minachting zou terecht zijn, maar was in mij niet aanwezig. Ik knarste een beleefdheid, wees de kies aan en probeerde niet flauw te vallen.

Hij maakte de koerende geluiden van moeders en buurvrouwen boven een maxi-cosi en spoot na een uitnodigend gebaar vergif in mijn kaak. De verbetenheid van zijn glimlach was voordien alleen gezien bij Jack the Ripper. Hoe kon ik mij verdedigen nu de verdovende middelen, slangen en tandartsvingers mij het spreken onmogelijk maakten? Ik was kansloos.

Met een vaderlijk gebaar werd ik in de wachtkamer geparkeerd, het gif moest tot maximale bloei worden gebracht. De leden van een angstig gezin begroette mij met afwijzende blikken. Hen werd geen tijd gegund de diepte van mijn ellende op zich in te laten werken. Lamgeslagen volgden ze de rattenvangster.

De hel is een wachtkamer met dunne wanden. Het gekrijs van de jongste gevangene ging me door merg en been. En mijn beurt moest nog komen.
De hernieuwde binnenkomst van Mata Hari, verraderlijkste vrouw in de wijde omgeving van deze oorlogszone, deed een siddering door mijn geplaagde hoofd en lichaam trekken. De slager bij zijn werkbank informeerde vriendelijk of ik ieder gevoel in de kaak kwijt was. Ik wilde antwoorden maar werd gehinderd door een dikke stoplap in mijn mond, een leguaanachtige die ongenodigd mijn verhemelte betaste. Een druppel kwijl viel uit het niets op mijn overhemd. Ik raakte volledig in de war en de operatie onttrok zich aan mijn waarneming. Na afloop probeerde ik te vragen wanneer de vervolgoperatie zou plaatsvinden. Ik hoorde mijn krakende stem als door een vervormer.

"Bannee boet i wee kome”, blafte ik.

Niet begrijpend keek mijn alchemist naar zijn assistente, die mij stralend uitlegde dat de kies zijn oude vorm had hervonden en er weer jaren tegen kon. Ah ja, nu begreep de oude dwerg het ook, zo was het!

“Bak u weh”

Even zag ik een glimmertje opkomen in het linkeroog van deze gortdroge medicijnman. Meteen was het weer verdwenen. Dat korte moment van bijna-humor achtervolgde mij de rest van de dag, terwijl ik langzaam mijn orale gevoel hervond. Stel je voor dat ik, gemankeerd standup comedian met bijpassende gebrek aan gezelschapsmanieren, als tandarts dagelijks met dergelijke reutelende angsthazen zou worden geconfronteerd. Kaakkramp en uitdroging der traanbuizen zouden mijn lot zijn. En een afgetraind uiterlijk als gevolg van trillende lachkrampen door mijn buikspieren. Daarbij de dagelijkse aanvechting om liefdevol te troosten.

“Keef nie hoo, ga heh wee?”
no name

Deze foto is gemaakt op een moment waarop festivalleider en jazzkroegbaas Renny Minnaert een van de drukste dagen van dit jaar beleefde: 12 mei 2008. Zojuist was hij samen met Eric Vloeimans door Omroep Zeeland geïnterviewd en op weg naar deze fotoshoot met uw razende reporter werd hij door medewerkers van het festival aangeklampt over werkelijk van alles en nog wat. Met vijf podia en vier dagen muziek was er ook wel het nodige te regelen natuurlijk. De grote groep vrijwilligers werd aangestuurd door een harde kern waarin ook schouwburgdirecteur Peter de Neef en beeldend kunstenaar Hans Overvliet zitten. Met deze laatste twee had ik een heus internet-interview:

Allereerst ben ik benieuwd of het festival een succes was, ook in vergelijking met vorig jaar. Ik begreep dat er plm. 5000 bezoekers waren maar dat daarmee de kosten niet volledig zijn gedekt. Wat is op dat punt jullie ambitie?

"Wij zetten als festival hoog in op international gearriveerde muzikanten en dito kwaliteit.
Nieuw dit jaar was de prelude van het festival met John Scofield in een uitverkochte Stadsschouwburg Middelburg. Direct daarna startte de verkoop van de dagkaarten. We denken dat er in Zeeland een duurzame plaats is voor een internationaal jazzfestival. We beschikken over unieke concertlocaties: de historische marktplaatsen in het centrum van Middelburg en de hoofdlocatie, het eeuwenoude Abdijplein. Tezamen bieden die de perfecte ambiance die je werkelijk nergens anders krijgt. Natuurlijk realiseren we ons dat we een aantal jaren nodig hebben om nationaal bekendheid te verwerven, maar we gaan die op termijn zeer zeker verdienen. Onze ambitie is - kort samengevat - in een intieme en relaxte ambiance dié artiesten te brengen waar je je anders voor moet verdringen op megafestivals of in grote hallen. Met internationale grootheden als Maceo Parker, E.S.T., Archie Shepp, en Bobby Previte en nationale beroemdheden als onder meer Panchito, Eric Vloeimans en Eleonora's Holiday hadden we dit jaar opnieuw een topbezetting. We zijn er van overtuigd dat de lijn die we hebben ingezet zal leiden tot een artistiek rijk en financieel gezond festival."

De programmering was aangenaam breed, ook met grote namen, wat zijn op dit punt de plannen voor volgend jaar?

"Onze ambitie is dé mondiale jazz topattracties naar Middelburg te halen én die te combineren met de Nederlandse, Vlaamse talenten en gevestigde Nederlandse ‘namen'. Voor volgend jaar gaan we absoluut weer voor vuurwerk op dit terrein zorgen.Daarnaast organiseren we in 2009, evenals volgend jaar, i.s.m. de Zeeuwse Muziekschool weer workshops met de op het festival optredende muzikanten. Om het interval - immers een jaarcyclus - tussen de festivals te verkleinen organiseren we, i.s.m. de Stadsschouwburg Middelburg, een viertal concerten doorheen het jaar. Ook hier willen we weer een combinatie maken van optredens en workshops van de optredende artiesten."

Bij het publiek was er teleurstelling over het niet verschijnen van Al di Meola: willen jullie iets kwijt over wat er mis ging? En komt hij volgend jaar alsnog?

"Het risico bij het boeken van mondiaal bekende namen is dat er altijd het gevaar in schuilt, dat het management van de betreffende artiest of groep een veel betere aanbieding krijgt. Bij Al Di Meola was dat helaas het geval. Wij moeten het veelal van ons muzieknetwerk hebben en niet van ons beperkte budget. Misschien volgend jaar beter. We hebben wat dat betreft opnieuw een zakboek vol namen."

Wat zijn de data van volgend jaar?

"Zoals de eerste twee edities: Pinksterweekend 2009, startend vanaf de vrijdag."


Mijn lezerspubliek eist roddels! Welke anecdotes/successtories kunnen jullie me vertellen?

"Zomaar een anekdote: Een stel vanuit Noord Limburg komt voor het tweede seizoen naar ons Jazzfestival. Als reden gaven zij: de maan en de sterren boven het Abdijplein, een heerlijke temperatuur, een haast middeleeuwse sfeer, zittend onder statige bomen genietend van de beste jazz. Tja, een betere reclame kunnen wij niet verzinnen, toch? Leuk was trouwens om te horen dat alle artiesten vol lof zijn over de wijze waarop wij ze in Zeeland in de watten leggen, we geven een paar voorbeelden.

Beste Renny, Ik heb erg genoten van het zijn op het festival en dat was niet in het minst te danken aan jou gastheerschap.
groet, Eric Vloeimans


Het was een prachtig festival en we hebben er met veel plezier aan deelgenomen!! Complimenten voor de organisatie, alles werkte gewoon, een unicum!
André van Berlo (bandleider Pachito; NH)


Beste Renny,
Hierbij willen wij de organisatie van het jazzfestival hartelijk bedanken. Alles was top geregeld. Van aankomst tot vertrek, perfect! En wat zo fijn was, in tegenstelling tot veel festivals, jullie hadden een geweldig geluidsbedrijf. Voor ons was dit, door jullie goede organisatie, een waar feestje. Zou je iedereen die bij ons optreden betrokken was hartelijk willen bedanken namens ons? En graag tot een volgende keer.
Groeten van "Eleonora's Holiday" Noortje & Arie Kuit

Maceo Parker liet ons na afloop zelfs weten dat ons geluid het beste was van zijn Europese tour. De artistiek-muzikale hoogtepunten waren volgens velen- zonder de anderen ook maar iets tekort te doen - de concerten van E.S.T. en Eric Vloeimans' Gatecrash."

Tot zover dit interview.

U begrijpt, beste lezers, volgend jaar wordt het weer een mooi festival! Ik heb de data nog even nagekeken: we hebben het over 9, 10, 11 en 12 mei 2009, noteer het in uw agenda, uw mobiele telephoon, uw organiser en meldt het bij uw baas! U zult onbereikbaar zijn en ondergedompeld in de klanken van het International Jazzfestival Middelburg!

In de marge van het interview werd mij duideljk dat de organisatie niet vies is van suggesties van uw kant. Laat me weten wat u wenst en ik geef het aan ze door!