Zeer tegen mijn gewoonte in reed ik na een lange werkdag in mijn auto naar huis. Over de snelweg nog wel. De radio stond hard aan.
“... is een vrachtwagen met slachtafval omgevallen. Het verkeer kan last hebben van laagvliegende meeuwen.”
Laag vliegen of gevleugeld wandelen, dacht ik nog en knalde op een boom in de weg. Mijn blik was afgedwaald naar de elektronische letters in het dashboard. Even zien of dit echt het Radio 1 journaal was. Dat was het. En het was niet eens 1 april.
Dan stond er nu daadwerkelijk iemand te kijken naar automobilisten, die zich een weg baanden tussen platliggende glibberdarmen en rondrollende varkensoren. In zijn hand een mobiele telefoon met onzichtbare touwtjes naar huis, naar kantoor, naar hossende voetbalvrienden die het toestel toch niet zouden horen overgaan tussen de toeters en het gebrul. Hij wilde zeggen dat het later zou worden vanavond, omdat hij de auto's de weg zou wijzen. Als ze lang genoeg zouden stilstaan, zou de filemelding worden herhaald. “Rustig aan jongens, we willen toch thuiskomen met een goed verhaal!” Zijn vrouw gooide verontwaardigd de hoorn op de haak van het modische bakkelieten toestel. Zo'n slappe smoes had ze nog nooit gehoord. Maar zij luisterde dan ook niet naar de radio. Oprah eiste haar aandacht nog vijf minuten op en dan zou ze eens wat voor zichzelf gaan koken.
De boom leek midden in het asfalt te staan, maar nu ik er op af vloog zag ik dat hij feitelijk een halve meter lager stond en op misschien wel twee meter afstand. Mijn Kangoo maakte van de gelegenheid gebruik zijn hoofd te buigen en de graasliggende koeien te begroeten. Onbewogen werd het stervenssaluut van de buitenlandse vierwieler aanvaard, de grote ogen in standvastige verbazing. Een lang moment hoorde ik hoe de bumper het gras in de berm aanharkte en kortwiekte. Netjes wel, maar detonerend tussen het overige, ongeschoren gras.
De achterwielen werden nu opgetild door de grote onzichtbare reus, die in Hollywood de achtervolgingen onbetaald maar prachtig naar zijn hand zet. Precies op tijd, zodat het leek alsof de impact van de boom op de grille deze krachten had opgeroepen. De mensen vinden het telkens weer prachtig.
Mijn voorhoofd was verdrietig onder het uitblijven van de airbag. “Waarom niet even een paar honderd euro extra uitgegeven aan het veiligheidspakket”, klonk het van tussen de wenkbrauwen. Ik droeg tenminste mijn riem, zodat ik niet als een kruisraket naar verre oorden zou worden gelanceerd. “Nee, dit is lekker”, fluisterde mijn linkerschouder. Knapperig klonk het verbreken van het sleutelbeen tussen deze verbitterde woorden door. Ik probeerde mijn hoofd er bij te houden, maar dat lukte niet meer zo. Oog in oog met de glinsterende bast van de dikke beukenboom kon ik alleen nog maar aan kerstmis denken, zo kunstig werden de glassplinters in het hout opgenomen. Een schitterend toeval dat steeds dichterbij kwam.